
De moeder van Lathyrus woont alweer een aantal weken in een tehois voor demente bejaarden. De gesprekken tussen de bewoners gaan meestal compleet langs elkaar heen en alles wordt tig keer achter elkaar verteld en gevraagd. Maar het is wel heel gezellig en het is een hele zorg minder voor Lathyrus. De moeder van Lathyrus is wel een van de meest excentrieke bewoonsters. Ze is nogal eigenzinnig zeg maar en ze heeft nogal een sterke eigen wil.
Lathyrus gaat drie keer in de week op bezoek bij moeder en laat dan ook gelaik het hondje oit. Als Lathyrus bij het tehois komt ziet moeder haar meestal al vanoit de gezamenlijke woonkamer. Moeder begint dan enthousiast te roepen en te zwaaien. Het hondje begint enthousiast te blaffen en heen en weer te lopen. Ja, de komst van Lathyrus blaift meestal niet onopgemerkt!
Meestal gaat Lathyrus eerst met het hondje wandelen en daarna gezellig koffie drinken met moeder. Maar soms loopt het anders, zoals vandaag. “Ik wil mee wandelen!” roept moeder al vanoit de woonkamer. “Zou je dat nou wel doen mam?” zegt Lathyrus. “Het is hartstikke koud boiten en ik ben over een half uur al weer terug hoor!” “Het kan me niks schelen dat het koud is, ik wil mee!” roept moeder.
Oke, dan eerst maar naar moeder’s kamer. Het hondje loopt al blaffend om Lathyrus heen en begraipt niet waarom Lathyrus hem niet mee naar boiten neemt. “Ik wil me eerst even mooi maken” zegt moeder. Ze schuifelt naar de badkamer en Lathyrus wacht geduldig. Het hondje begint nu te piepen, hai moet vast nodig plassen. “Ben je baina klaar mam?” vraagt Lathyrus, terwijl ze moeders rode jas alvast uit de kast pakt en haar handschoenen klaarlegt.
Moeder schuifelt de badkamer weer oit en kaikt Lathyrus stralend aan. Ze heeft nogal veel lippenstift opgedaan en haar wenkbrauwen flink aangezet met een oogpotlood. Lathyrus helpt moeder om haar pantoffels oit te doen en haar schoenen aan te doen. Daarna helpt ze moeder in haar jas en handschoenen. Het hondje staat inmiddels baina op knappen. “Zullen we gaan mam?” vraagt Lathyrus. “Nee, ik moet poepen” zegt moeder. “Dan moet je gauw je jas en handschoenen weer oit mam” zegt Lathytus. En terwijl ze de jas probeert oit te doen zegt moeder “Ik poep al!”.
Lathytus ondersteunt moeder naar de badkamer. Handschoenen oit, jas oit, broek naar beneden, onderbroek naar beneden. Hierna wordt het verhaal wat onsmakelijk. Lathyrus beseft ineens dat ze in een tehois zain en dat er een alarmknop op de muur zit waarmee ze hulp kan inroepen. Ze zegt tegen moeder dat ze zo terug is en drukt in de woonkamer op de grote knop. Ze verwacht dat er nu snel een zorgmedewerkster aan zal komen. Maar er gebeurt niets. Lathyrus drukt nog een keer op de knop. En weer gebeurt er niets. Inmiddels schreeuwt moeder vanoit de badkamer “Waar blijf je nou? Je moet me helpen!” Lathyrus doet de deur van het appartement open en roept zachtjes om hulp. Gelukkig loopt verderop in de gang een zorgmedewerkster. Ze komt eraan en schiet gelukkig te hulp.
Nadat moeder weer opgefrist en verschoond is wil ze nog steeds mee wandelen. Dus moeten de jas en handschoenen weer aan en het hondje begint weer enthousiast te blaffen. Lathyrus ondersteunt moeder en houdt ook de riem van het hondje vast. Maar als ze boiten ongeveer 10 meter hebben gelopen begint moeder te klagen over pain in haar knie en wil ze weer terug. Lathyrus brengt moeder geduldig terug, zegt dat ze nu toch echt met het hondje moet gaan lopen en gaat daarna even lekker hard rennen met het hondje. Dat lucht op…