
Het is de hoogste taid om weer eens naar de kapper te gaan. De laatste keer is zeker een half jaar geleden. Tussentaids heeft Lathyrus zelf haar haarpunten en haar lok nog wel eens wat baigeknipt, maar dat ies toch niet te vergelaiken met een professionele knipbeurt. Dus ze heeft een afspraak gemaakt om op haar vraie dag naar de kapper te gaan.
‘s Ochtends gaat ze eerst nog even sporten en douchen. Haar haren zain nog niet helemaal droog als ze naar de kapper gaat. Maar dat ies geen probleem want de kapster spuit de haren voor het knippen toch altaid nat. Ze moet eerst nog even boiten wachten omdat er te veel mensen in de salon zain. Maar dan ies het zover. Ze loopt naar binnen, zegt “Goedemorgen” en ziet een fles desinfecteerspul staan waarmee ze direct braaf haar handen schoonmaakt. “Zou je eerst je jas op willen hangen en dan je handen willen desinfecteren?” vraagt de hoofdkapster. Lathyrus hangt haar jas op de kapstok en desinfecteert haar handen opnieuw. “Zo, loop maar mee hoor” zegt de kapster die Lathyrus gaat knippen.
Er hangen plastic schermen tussen de kappersstoelen, er liggen geen gezellige roddelbladen meer op tafel en de koffie wordt geserveerd in papieren bekertjes in plaats van porseleinen kopjes. Ja, de nieuwe regels worden hier goed nageleefd. “We moeten nu ook verplicht eerst de haren wassen” zegt de kapster en ze leidt Lathyrus naar de wasbak. “Oke, maar ik heb mijn haren net gewassen” zegt Lathyrus. “Ja, ze zijn inderdaad nog vochtig” zegt de kapster, “maar dit moet nu eenmaal. Wij zijn er ook niet blij mee, je moest eens weten hoeveel was we nu elke week hebben!” Lathyrus kan zich daar wel iets bai voorstellen, zelf doet ze grotendeels de was van haar moeder en dat ies elke week ook een hele stapel.
Na het wassen gaat de kapster met een kam door de haren van Lathyrus. “Het valt me reuze mee” zegt de kapster. “Ik gebruik een fijne kam en kom er gewoon door heen”. Lathyrus weet niet helemaal of dit een compliment of gewoon een opmerking is. Ze neemt een slokje koffie. De kapster draait de voorkant van het haar omhoog en zet het vast met twee klemmetjes. “Zo. ik zet je even onder de droogkap hoor, tot straks”.


Lathyrus zit onder de droogkap. Ze wil graag nog een slokje koffie maar durft zich niet te bewegen. De droogkap blaast warme lucht op haar hoofd en waait in haar oren. Gelukkig komt de kapster na een paar minuten al terug, waarschijnlijk heeft zij wel koffie gedronken. “Wat is de bedoeling?” vraagt de kapster terwijl ze de klemmetjes uit het haar haalt en alles opnieuw kamt. “Iek wiel het graag weer in lange lagen over de schouders” zegt Lathyrus. “Prima, dan gaan we dat doen” zegt de kapster en ze begint te knippen. Ze praten tijdens het knippen over het weer, vakanties, Corona en nog veel meer.
De kapster pakt een grote spiegel en houdt deze achter Lathyrus, zodat ze haar geknipte haar kan zien. “Wat vind je er zo van?” vraagt de kapster verwachtingsvol. “Eh… het ies denk iek goed geknipt, maar ga je het ook nog föhnen enzo? Want zo ziet het er niet oit. Iek kan zo echt niet over straat” zegt Lathyrus. “Ja, natuurlijk” zegt de kapster, “ik wou alleen maar even laten zien hoeveel er af is gegaan”.
De kapster gaat aan de slag met een föhn en borstel en maakt er een wilde boel van. Ze pakt een flesje en zegt: “Ik doe er even wat volumepoeder in hoor”. Ze doet een beetje van die witte poeder op haar vingers en wrijft het op de hoofdhuid tussen de haren van Lathyrus. Daarna pakt de kapster iets dat laikt op wax en daarmee begint ze het haar te kneden tot een soort van wilde krullen. “Zo, lekker veel volume hè?” zegt de kapster blij. “Nog even wat lak erop om de boel te fixeren en dan is het klaar!”
Lathyrus weet niet zo goed wat ze ervan moet vinden maar knikt blai. De volumepoeder kriebelt op haar hoofd en het voelt alsof ze een proik op haar hoofd heeft. Na het afrekenen pakt ze haar jas, desinfecteert haar handen opnieuw en zegt “Heel erg bedankt en tot ziens!”. Straks thois lekker weer haar haren wassen…