
In december hadden Lathyrus en Lygulariah een adventskalender gekocht. “Dat ies altaid zo leuk! Elke dag een deurtje open maken en dan maar hopen dat er iets leuks of lekkers achter ziet! En als alle deurtjes open zain dan ies het Kerstfeest!” De adventskalender was van een groot Zweeds woonwarenhuis. Er zaten een heleboel bonbons in, maar ook twee waardebonkaartjes! Op de achterkant van de kalender stond dat de kaartjes sowieso 5 euro waard zouden zijn, maar misschien ook wel 1.000 euro!
Door alle drukte van de feestdagen waren ze de kaartjes al weer helemaal vergeten. Maar ineens kwam Lathtyrus ze tegen in een lade. Het woonwarenhuis is elke avond open, dus… Ze belt direct naar Lygulariah. “Hee Lygulariah, iek heb een leuke verrassing! Ga jai mee naar het woonwarenhuis? Iek heb twee waardebonnen van misschien wel 1.000 euro per stuk! Help jai mai mee om leuke spullen uit te zoeken? Iek wil misschien wel een nieuwe bank, of een stoel ofzo. Of allebai!” Lygulariah wil gelukkig wel mee.
In het woonwarenhuis kijken ze zoals altijd hun ogen uit. Er zijn hier zoveel leuke en handige spullen! Het liefst zouden ze alles mee willen nemen. Ze testen uitvoerig diverse meubels, maken foto’s van alles wat ze misschien willen gaan kopen, vergapen zich aan de mooie woonaccessoires, kiezen alvast een compleet nieuw servies uit, willen in de ballenbak (maar dat mag helaas niet), drinken gezellig een kopje koffie in het restaurant en gaan dan even uitrusten op de beddenafdeling.
“Zeg Lathyrus, hoeveel zain die kaartjes van jou aigenlijk waard?” vraagt Lygulariah. “Ja, dat ies een goeie vraag! Dat weet iek zelf ook nog niet! In ieder geval 5 euro per kaartje, maar misschien ook wel 1.000 euro…” antwoordt Lathyrus geheimzinnig. Ze besluiten om toch maar niet direct hun kar vol te laden maar eerst even naar de klantenservice te gaan. De mevrouw van de klantenservice scant de kaartjes en zegt dat beide kaartjes 5 euro waard zijn.
Lathyrus is even heel hevig teleurgesteld. Als ze van de schrik bekomen is vraagt ze aan Lygulariah: “Wiel jai misschien een aisje? Iek trakteer!”