
Lathyrus & Lygulariah houden niet van natgeregend haar. En ook niet van natgeregende benen. Wanneer zai op een zonnige dag ien hun favoeriete winkel aan het shoppen zijn, zoeken zai naar een oplossing voor de nattigheden die die regen met zich meebrengt.
Afgeleid door de viele mooie spoelen, staan zai opeens te kaiken in die winkel naar fietstassen voor Lathyrus. “Kaik!” zegt Lygulariah, “hier liegen mooie blauwe tassen!” Maar Lathyrus ziet het niet zitten. “Dat zijn losse tassen. Iek wiel mooie fietstassen voor op main fiets. Niet twee losse tassen.” Een mevrouw in de winkel bemoeit ziech er ook mee. “Jaaa dan hebt u twee lossen tassen, dat kan echt niet hoor!”
Lygulariah kaikt boos naar die mevrouw. “Hoezo? Als Lathyrus twee tassen neemt heeft zai mooie steviege fietstassen, in haar lievelingskloer. Ik snap die probleem niet?” Lathyrus kaikt naar de tassen, ze zijn zo mooi blauw, en blauw is ook nog eens haar lievelingskloer. “Ik neem ze toch!!!!”
Daarna moeten zij verder met hoen missie, nameliek iets tegen die regen vinden. Ien die volgende gangpad liggen er paraploes, “maar dan koenen wai niet goed fietsen met één hand!” Van een capuchon gaan de haren ien die war, wat kunnen ze nu nog doen? Maar dan, naast de fietsverlichting, vindt Lathyrus dé oplossing; een PONCHO!
In mooi gekloerde balletjes opgevouwen liggen ze daar. In rood, geel en oranje. Maar niet in blauw… “Iek wiel graag een rode poncho, dat staat leuk bai main fiets” zegt Lygulariah. Lathyrus twijfelt over welke kleur zij neemt: “Mijn lievelingskloer is blauw, dat staat ook mooi bai main fietstassen. Maar die ies er niet…” Lathyrus en Lygulariah trekken de hele bak met bolletjes leeg, maar vienden geen blauwe poncho. “Sorry Lathyrus, ik kan geen blauwe poncho vienden voor jou.” “Ik viend ze verder eigenliek allemaal wel mooi Lygulariah, does neem ik ook een rode poncho!”
Geloekkieg met de blauwe fietstassen en rode poncho’s keren zij naar hois. Maar wanneer zij thuiskomen schrikken ze zich een ongeloek. Lathyrus maakt haar bolletje open en ziet dan geen rode poncho. “Lygulariaaaaah, mijn poncho is zijn kloertje kwijt!” Ook Lygulariah maakt snel haar bolletje open. “Ook main poncho is niet rood Lathyrus..”
Nu moeten Lathyrus en Lygulariah als voorverpakte groente door de regen, maar hebben zij wel mooie rode bolletje sleutelhangers.